ECLI:NL:CRVB:2023:905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 50,30% door UWV na medisch onderzoek
Appellante, voormalig douaneambtenaar, meldde zich ziek met hand- en polsklachten en ontving een WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 100%. Na een verzoek tot herbeoordeling door haar ex-werkgever stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 50,30% op basis van medisch onderzoek en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML).
Appellante maakte bezwaar tegen deze vaststelling, stellende dat haar medische situatie niet was verbeterd en dat de FML onvoldoende rekening hield met haar beperkingen, met name het ontbreken van het belastingaspect verhoogd persoonlijk risico. Het UWV handhaafde het besluit na aanvullend medisch onderzoek en een arbeidskundig rapport.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en het UWV, omdat er geen objectieve medische gronden waren om meer beperkingen aan te nemen.
De Raad concludeerde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, de beperkingen adequaat waren vastgesteld en dat het hoger beroep faalde. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en een veroordeling in proceskosten werd afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vaststelling van het arbeidsongeschiktheidspercentage op 50,30% en verklaart het hoger beroep ongegrond.