Uitspraak
20.3314 WIA
OVERWEGINGEN
niet-ontvankelijk moet worden verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.
.Er is aanleiding te bepalen dat het Uwv het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV van 22 juni 2018 inzake een WIA-uitkering. Na een tussenuitspraak van de Raad op 17 november 2022 nam het UWV op 8 december 2022 een nieuw besluit dat geheel tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant, die vervolgens geen bezwaren meer had tegen dit gewijzigde besluit.
De Raad oordeelde dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is wegens het ontbreken van procesbelang, omdat het nieuwe besluit het geschil feitelijk heeft opgelost. Een betaalspecificatie van 21 december 2022 met betrekking tot een nabetaling viel buiten de procedure en werd door de Raad doorgestuurd naar het UWV.
Verder werd vastgesteld dat de redelijke termijn van de procedure was overschreden met bijna tien maanden, wat resulteerde in een schadevergoeding van €1.000,- aan appellant. De overschrijding werd deels toegerekend aan het UWV en deels aan de Staat vanwege de duur van de behandeling bij de rechtbank en de Raad.
Tot slot werden proceskosten en griffierechten toegekend aan appellant, waarbij het UWV en de Staat respectievelijk werden veroordeeld tot betaling van de kosten in beroep en hoger beroep en de kosten verband houdend met het verzoek om schadevergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang na een tegemoetkomend besluit.