ECLI:NL:CRVB:2023:998
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing wezenuitkering op grond van ANW wegens niet ouderloos zijn
Appellante, geboren in 2013, diende een aanvraag in voor een wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) nadat haar vader in 2019 overleed. Het gezin woonde destijds in Spanje, waar zij ook een aanvraag voor een (half)wezenuitkering indiende. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat appellante niet ouderloos is geworden, aangezien haar moeder nog in leven is en niet uit de ouderlijke macht is ontzet. Bovendien kent de ANW geen halfwezenuitkering meer.
Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar vader verzekerd was voor de ANW en dat het onrechtvaardig was dat zij geen uitkering ontving. Zij verwees naar internationale verdragen en stelde dat Spanje haar ten onrechte geen (half)wezenpensioen had toegekend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van de Svb.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante geen aanspraak heeft op een wezenuitkering omdat zij niet ouderloos is geworden en dat de ANW geen halfwezenuitkering kent. De Raad heeft geen rechtsmacht om te oordelen over besluiten genomen in Spanje. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag voor een wezenuitkering omdat appellante niet ouderloos is geworden en de ANW geen halfwezenuitkering kent.