ECLI:NL:CRVB:2024:1044
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant heeft een WIA-uitkering aangevraagd na een bedrijfsongeval, waarbij het UWV op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek heeft vastgesteld dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is en daarom geen recht heeft op een uitkering. De rechtbank Amsterdam heeft dit besluit bevestigd, waarbij het medisch onderzoek als zorgvuldig en de arbeidskundige beoordeling als deugdelijk werden beoordeeld.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij meer beperkingen heeft dan erkend, dat het bestuursorgaan niet over medische deskundigheid beschikt en dat hij financieel niet in staat is eigen deskundigen in te schakelen, wat volgens hem het beginsel van equality of arms schendt. Tevens bracht hij nieuwe medische informatie in, waaronder een belastbaarheidsonderzoek uit 2024.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd en dat de Raad zelf geen medisch oordeel vormt, maar toetst of het onderzoek voldoet aan de eisen. Er is geen aanleiding om een deskundige te benoemen. De Raad concludeert dat appellant voldoende gelegenheid heeft gehad zijn standpunten te onderbouwen en dat er geen aanwijzingen zijn dat relevante medische informatie ontbreekt. Het hoger beroep wordt verworpen en de weigering van de WIA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is.