ECLI:NL:CRVB:2024:1045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit ondanks psychische beperkingen
Appellante was sinds 30 april 2021 ziekgemeld met degeneratieve klachten en psychische aandoeningen. Het UWV beëindigde haar Ziektewet-uitkering per 30 mei 2022 omdat zij volgens verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek meer dan 65% van haar laatstverdiende loon kan verdienen in geselecteerde functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de verzekeringsarts bezwaar en beroep de beperkingen adequaat had beoordeeld, inclusief medicatiegebruik en stemmingsstoornis. Appellante voerde aan dat het onderzoek onvoldoende was, met name door het ontbreken van contact met haar psycholoog en onvoldoende erkenning van haar psychische beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het hoger beroep niet slaagt. Er was geen aanleiding om te twijfelen aan de medische beoordeling en de geschiktheid van de geselecteerde functies. De Raad bevestigde dat het UWV de uitkering terecht heeft beëindigd en dat appellante geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering per 30 mei 2022 wegens voldoende verdiencapaciteit.