ECLI:NL:CRVB:2024:105
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante was sinds 2016 ziekgemeld en ontving vanaf 2018 een WGA-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling op verzoek van de werkgever handhaafde het UWV aanvankelijk het uitkeringsbesluit, maar wijzigde dit in 2022 door de uitkering per 2 maart 2022 te beëindigen op basis van medische en arbeidskundige rapporten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarbij zij de zorgvuldigheid van het medisch onderzoek onderschreef. In hoger beroep voerde appellante aan dat het onderzoek onvoldoende zorgvuldig was en dat haar rugklachten niet juist waren meegewogen. Zij verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Raad oordeelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep alle relevante medische informatie had betrokken en dat de functionele mogelijkhedenlijst (FML) geldig was per datum intrekking. De vermeende toename van klachten na die datum kon niet worden betrokken bij de beoordeling. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen wegens gebrek aan twijfel aan de medische beoordeling.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellante, omdat het besluit pas in hoger beroep toereikend was onderbouwd. Het griffierecht werd eveneens vergoed.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WIA-uitkering per 2 maart 2022 en veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellante.