ECLI:NL:CRVB:2024:106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang na herroeping WIA-uitkeringsbesluit
Appellant ontving sinds 2011 een WIA-uitkering, die het UWV per 25 februari 2021 beëindigde wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen deze beëindiging, maar het UWV handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond wegens onvoldoende medisch onderzoek en vernietigde het besluit, met de opdracht aan het UWV een nieuw besluit te nemen. Appellant stelde hoger beroep in omdat hij vond dat de rechtbank het besluit zelf had moeten herroepen.
Tijdens het hoger beroep nam het UWV een nieuw besluit waarin het bezwaar alsnog werd gegrond verklaard en de WIA-uitkering werd gecontinueerd per 25 januari 2021. Hierdoor was het resultaat dat appellant met het hoger beroep nastreefde bereikt. De Raad oordeelde dat appellant geen procesbelang meer had en verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk.
De Raad veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant voor het hoger beroep, begroot op €1.750,-, en in de vergoeding van het betaalde griffierecht van €136,-. De uitspraak werd gedaan door J.D. Streefkerk namens de Centrale Raad van Beroep op 18 januari 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang na herroeping van het besluit door het UWV.