ECLI:NL:CRVB:2024:1062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening toeslaguitkering UWV wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoeker, die sinds 1992 een WAO-uitkering ontvangt met een toeslag op grond van de Toeslagenwet, verzocht om herziening van de uitspraak van 14 juli 2021 waarin de rechtbank Limburg en de Raad het besluit van het UWV tot afwijzing van een toeslagverhoging bevestigden.
De Raad beoordeelde het verzoek op basis van artikel 8:119 Awb Pro, dat herziening alleen toestaat bij nieuwe feiten of omstandigheden die voorheen niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden kunnen leiden. Verzoeker stelde dat de toeslag niet correct was berekend en dat het UWV foutieve informatie had verstrekt, maar herhaalde daarmee eerdere argumenten zonder nieuwe feiten aan te voeren.
De Raad concludeerde dat het verzoek niet voldeed aan de voorwaarden voor herziening en wees het af. Tevens werd vastgesteld dat de hoogte van de WAO-uitkering zelf buiten het bestreden besluit valt en niet tot herziening kan leiden. Verzoeker kreeg geen proceskostenvergoeding en het griffierecht werd niet terugbetaald.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de toeslaguitkering wordt afgewezen wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.