ECLI:NL:CRVB:2024:1076
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens laattijdige aanvraag en arbeidsvermogen op achttiende verjaardag
Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan op grond van haar aandoening polio en het postpoliomyelitis syndroom. Het UWV weigerde de uitkering omdat niet was aangetoond dat zij op haar achttiende verjaardag en de vijf jaren daarna geen arbeidsvermogen had. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de bewijslast bij appellante lag vanwege de laattijdige aanvraag.
Appellante voerde aan dat zij destijds niet arbeidsbekwaam was en dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met haar medische situatie en bijzondere omstandigheden. Zij verzocht ook om benoeming van een deskundige wegens ongelijkheid in bewijsmiddelen. Het UWV handhaafde haar standpunt dat appellante wel arbeidsvermogen had.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV het juiste toetsingskader toepaste en dat appellante onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat zij op haar achttiende en de vijf jaren daarna geen arbeidsvermogen had. De Raad wees het verzoek tot benoeming van een deskundige af, omdat er geen twijfel bestond over het oordeel van de verzekeringsarts. De Raad bevestigde het bestreden besluit en liet de weigering van de Wajong-uitkering in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van aantoonbaar geen arbeidsvermogen op achttiende leeftijd en de vijf jaren daarna.