ECLI:NL:CRVB:2024:1099
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om proceskostenvergoeding na intrekking voorlopige voorziening WIA-VV
Verzoeker stelde hoger beroep in tegen de beëindiging van zijn WGA-loonaanvullingsuitkering en diende een verzoek om voorlopige voorziening in. De zaak werd behandeld door de voorzieningenrechter, waarbij het UWV niet verscheen. Verzoeker trok later het verzoek om voorlopige voorziening in, nadat het UWV een nieuw besluit nam waarin de uitkering ongewijzigd werd voortgezet op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om proceskostenvergoeding alleen kan worden toegewezen als het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk tegemoet is gekomen aan het verzoek om voorlopige voorziening. In dit geval was het nieuwe besluit niet ingegeven door het verzoek om voorlopige voorziening en was er geen voorlopige maatregel getroffen die het doel van de procedure diende.
Daarom werd het verzoek om het UWV te veroordelen in de proceskosten afgewezen. Tevens was er geen grond voor terugbetaling of vergoeding van het griffierecht. De uitspraak werd gedaan door de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep op 24 mei 2024.
Uitkomst: Het verzoek om het UWV te veroordelen in de proceskosten wordt afgewezen.