Appellante vroeg een Wajong-uitkering aan op basis van borderline persoonlijkheidsstoornis en PTSS. Het UWV weigerde deze uitkering omdat zij volgens verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek over arbeidsvermogen beschikt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en handhaafde het besluit.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij al voor haar 18e jaar ernstige psychische problemen had en niet in staat was om aaneengesloten te werken. Zij bracht aanvullende medische en jeugdzorgdocumenten in ter onderbouwing. Het UWV handhaafde het standpunt dat zij op de aanvraagdatum arbeidsvermogen had, met een beperkte dyslexiebeperking.
De Raad oordeelde dat het onderzoek van het UWV zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. Appellante beschikt over basale werknemersvaardigheden, kan aaneengesloten werken en is belastbaar voor ten minste vier uur per dag. De voorbeeldtaak 'verzendklaar maken van goederen' kan zij uitvoeren. Het hoger beroep werd afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.