ECLI:NL:CRVB:2024:113
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek deelname Regeling Vervroegde Uittreding Sector Politie wegens onvoldoende aanstellingsjaren
Appellant diende een verzoek in tot deelname aan de Regeling Vervroegde Uittreding Sector Politie (RVU), stellende dat hij voldeed aan de voorwaarden, waaronder 25 jaren aanstelling als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak. Hij betoogde dat zijn dienstjaren bij de Koninklijke Marechaussee (Kmar) hiervoor mee moesten tellen. De korpschef wees het verzoek af omdat de Kmar-jaren niet volledig meetelden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad oordeelde dat de Kmar-jaren niet als jaren van aanstelling voor de uitvoering van de politietaak mogen worden aangemerkt, behalve de periode waarin appellant semi-permanente bijstand aan de politie verleende. Deze periode plus de jaren bij de politie samen waren echter onvoldoende om aan de 25-jaarsvoorwaarde te voldoen.
De Raad benadrukte dat de Politiewet 2012 een onderscheid maakt tussen ambtenaren van politie en militairen van de Kmar, waarbij de laatste niet als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak worden beschouwd. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat een vergelijkbare zaak van een collega tot vernietiging van een besluit leidde. De afwijzing van het verzoek tot deelname aan de RVU blijft daardoor in stand.
Uitkomst: Het verzoek tot deelname aan de Regeling Vervroegde Uittreding Sector Politie wordt afgewezen wegens onvoldoende aanstellingsjaren als ambtenaar voor de uitvoering van de politietaak.