ECLI:NL:CRVB:2024:1175
Centrale Raad van Beroep
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep WIA-uitkering ongegrond verklaard
In deze zaak heeft appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag inzake een WIA-uitkering, maar dit hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het na afloop van de beroepstermijn was ingediend. Appellant diende vervolgens verzet in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en stelde dat hij recht heeft op een juiste en onpartijdige beslissing en dat hem onrecht is aangedaan.
De Centrale Raad van Beroep heeft het verzet behandeld en beoordeeld aan de hand van artikel 6:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dat bepaalt dat een niet-ontvankelijkverklaring wegens termijnoverschrijding achterwege kan blijven indien de indiener niet in verzuim kan worden gesteld. Dit vergt dat bijzondere omstandigheden die de indiener betreffen of het handelen/nalaten van het bestuursorgaan de overschrijding veroorzaken.
De Raad concludeerde dat appellant geen bijzondere omstandigheden heeft aangevoerd die de termijnoverschrijding verschoonbaar maken. Daarom is het verzet ongegrond verklaard. Wel wordt het betaalde griffierecht van €136,- aan appellant terugbetaald. Proceskosten worden niet aan appellant vergoed.
De uitspraak is gedaan door J.C. Boeree namens de Centrale Raad van Beroep op 24 mei 2024.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.