ECLI:NL:CRVB:2024:1176
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering wegens voldoende verdiencapaciteit na eerstejaars beoordeling
Appellante ontving een Ziektewetuitkering (ZW) na ziekte en revalidatie, waarbij het UWV op basis van een eerstejaars ZW-beoordeling (EZWb) vaststelde dat zij meer dan 65% van haar laatstverdiende loon kon verdienen. Het UWV beëindigde daarom de ZW-uitkering per 10 augustus 2022. Appellante betwistte dit en stelde dat haar medische beperkingen niet volledig waren vastgesteld en zij niet in staat was de geduide functies te verrichten.
De rechtbank Limburg oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 18 januari 2021 het uitgangspunt vormde. Er was geen sprake van toegenomen beperkingen, en de verzekeringsarts bezwaar en beroep had dit inzichtelijk gemotiveerd. Appellante bracht geen nieuwe medische stukken in die dit oordeel konden weerleggen.
In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten, maar de Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en bevestigde dat het UWV terecht de ZW-uitkering beëindigde. De Raad benadrukte dat het nieuwe beoordelingskader uit de uitspraak van 23 december 2022 geen aanleiding gaf tot een ander oordeel. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht de ZW-uitkering van appellante per 10 augustus 2022 heeft beëindigd.