Appellante, bekend met een bipolaire stoornis, psoriasis en oedeem, ontving een maatwerkvoorziening individuele begeleiding. Het college kende voor de periode 1 december 2019 tot 31 december 2020 een voorziening toe van 2 tot 3,9 uur per week. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat het college geen zorgvuldig onderzoek had verricht en dat de maatwerkvoorziening onvoldoende was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het college het vaste stappenplan had gevolgd en de maatwerkvoorziening passend was. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelde dat het college niet concreet had vastgesteld wat de ondersteuningsbehoefte van appellante was en onvoldoende had onderzocht hoe appellante gebruik kon maken van algemene en algemeen gebruikelijke voorzieningen. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of de toegekende maatwerkvoorziening toereikend was. De Raad vernietigde het bestreden besluit en droeg het college op een nieuw, zorgvuldig onderzoek te verrichten en een nieuwe beslissing te nemen.
Daarnaast veroordeelde de Raad het college in de proceskosten van appellante en bepaalde dat tegen de nieuwe beslissing alleen bij de Raad beroep kan worden ingesteld.