ECLI:NL:CRVB:2024:1215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugkomen op besluit weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant vroeg om herziening van het besluit van 15 december 2017 waarbij het UWV weigerde hem een Wajong-uitkering toe te kennen. Hij stelde dat er nieuwe feiten en veranderde omstandigheden zijn die recht geven op een uitkering. Het UWV wees dit af, omdat de medische stukken geen ander inzicht gaven dan de eerdere beoordeling uit 2017.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en handhaafde het besluit. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat hij wel degelijk nieuwe feiten had aangevoerd, waaronder medische adviezen en rapporten van zorgverleners en de gemeente Rotterdam, die aantonen dat hij duurzaam geen arbeidsvermogen heeft.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zijn in de zin van artikel 4:6 Awb Pro. De medische stukken en adviezen bevestigen juist dat er mogelijkheden zijn tot verbetering en ontwikkeling van arbeidsvermogen. De Raad vindt het bestreden besluit niet evident onredelijk en ziet geen schending van het gelijkheidsbeginsel. Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van het UWV om terug te komen op het besluit van 2017 tot weigering van een Wajong-uitkering.