ECLI:NL:CRVB:2025:309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellant heeft meerdere keren een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, waarbij het UWV steeds heeft vastgesteld dat appellant geen duurzaam arbeidsvermogen ontbeert. De aanvragen zijn afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die aanleiding geven tot herziening van eerdere besluiten uit 2017 en 2019. Appellant voerde aan dat zijn medische situatie en behandelgeschiedenis een duurzaam gebrek aan arbeidsvermogen aantonen, maar dit werd door het UWV en de rechtbank niet gevolgd.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat het UWV terecht heeft geweigerd terug te komen op het besluit van 19 augustus 2019. De Raad concludeert dat de aangevoerde medische stukken geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden bevatten die een ander besluit rechtvaardigen. Ook het verzoek om herziening voor de toekomst (duuraanspraak) wordt afgewezen, omdat de medische rapporten aantonen dat er nog mogelijkheden zijn voor verbetering van het arbeidsvermogen.
De Raad heeft het oordeel van de rechtbank bevestigd en het beroep van appellant ongegrond verklaard. De weigering van de Wajong-uitkering blijft daarmee in stand, en appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.