ECLI:NL:CRVB:2024:1217
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten en toegenomen beperkingen
Appellant vroeg herhaaldelijk een Wajong-uitkering aan, waarbij het UWV de eerste aanvraag in 2019 afwees wegens het ontbreken van duurzaam arbeidsvermogen. Een tweede aanvraag in 2021 werd eveneens afgewezen omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren en geen toegenomen beperkingen binnen vijf jaar na de achttiende verjaardag.
De rechtbank oordeelde dat het UWV terecht niet terugkwam op het eerdere besluit, maar gaf het UWV de gelegenheid om alsnog te beoordelen of appellant aanspraak kon maken op een duuraanspraak. Het UWV handhaafde het besluit, waarna de rechtbank het beroep ongegrond verklaarde. Appellant stelde dat zijn situatie verslechterd was en overhandigde een gedragswetenschappelijk rapport uit 2023.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank. De Raad stelt vast dat het rapport geen aanleiding geeft tot het aannemen van duurzaam ontbrekend arbeidsvermogen en dat het UWV zorgvuldig en gemotiveerd heeft gehandeld. Er is geen sprake van nieuwe feiten, toegenomen beperkingen of een geslaagde duuraanspraak.
Het hoger beroep wordt afgewezen, de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand en het verzoek tot vergoeding van schade wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten en toegenomen beperkingen.