Uitspraak
PROCESVERLOOP
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante stelde hoger beroep in tegen een besluit van het UWV, dat na een langdurige procedure bijna zeven jaar duurde. Tijdens het hoger beroep kwam het UWV met een gewijzigde beslissing tegemoet aan de bezwaren van appellante, waarna het hoger beroep werd ingetrokken.
De Raad beoordeelde de overschrijding van de redelijke termijn, waarbij de totale procedure ruim drie jaar langer duurde dan toegestaan. Dit leidde tot een schadevergoeding van €3.000,-, waarvan het UWV een klein deel voor zijn rekening neemt en de Staat het grootste deel.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten in hoger beroep, waaronder kosten voor rechtsbijstand en deskundigenrapporten, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht. Ook werd de Staat veroordeeld in een deel van de proceskosten gerelateerd aan de schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.
De uitspraak is gedaan door M.E. Fortuin en uitgesproken op 19 juni 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ingetrokken na tegemoetkoming UWV; UWV en Staat worden veroordeeld tot schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn en proceskostenvergoeding.