ECLI:NL:CRVB:2024:1246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toekenning Wajong-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellante heeft verzocht om terug te komen van een eerdere weigering van een Wajong-uitkering, waarbij zij stelde dat haar psychische en lichamelijke klachten rond haar 18e levensjaar en de daaropvolgende vijf jaar onvoldoende waren meegewogen.
Het UWV heeft dit verzoek afgewezen na een inhoudelijke herbeoordeling, waarbij een verzekeringsarts beperkingen heeft vastgesteld met betrekking tot de ziekte van Bechterew, maar geen aanwijzingen vond voor beperkingen die afweken van het eerdere oordeel. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat het onderzoek zorgvuldig was verricht.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank bevestigd. De Raad oordeelde dat het UWV het oorspronkelijke besluit volledig heeft heroverwogen en dat de medische beoordeling zorgvuldig en op basis van beschikbare gegevens is uitgevoerd. Appellante heeft geen nieuwe medische informatie overgelegd die het oordeel zou kunnen wijzigen.
De Raad overwoog dat de beperkingen rond het 18e levensjaar niet nauwkeuriger te bepalen zijn vanwege ontbrekende medische gegevens, maar dat het UWV appellante het voordeel van de twijfel heeft gegeven. De Raad concludeert dat het verzoek om toekenning van de Wajong-uitkering terecht is afgewezen en bevestigt de eerdere uitspraak.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om een Wajong-uitkering wegens voldoende medische grondslag en zorgvuldig onderzoek.