Appellante ontvangt bijstand op grond van de Participatiewet en was verplicht mee te werken aan een uitvoeringsplan gericht op re-integratie, waaronder een psychologisch consult. Na bezwaar verklaarde het college het bezwaar ongegrond en stelde het uitvoeringsplan vast. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep nam het college een nieuw besluit waarin het bezwaar van appellante werd gehonoreerd en een maatwerktraject werd aangeboden waarbij appellante zelf de regie over haar re-integratie kreeg. Dit nadere besluit verving het eerdere uitvoeringsplan.
De Raad stelde vast dat het college met het nieuwe besluit volledig tegemoet was gekomen aan de bezwaren van appellante, waardoor zij geen belang meer had bij het hoger beroep tegen het oorspronkelijke besluit. Ook stelde de Raad dat appellante geen concreet bewijs had geleverd van schade als gevolg van het bestreden besluit, waardoor een beoordeling van het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
Het college werd opgedragen het betaalde griffierecht aan appellante te vergoeden. De uitspraak werd gedaan door K.M.P. Jacobs op 15 januari 2024.