ECLI:NL:CRVB:2024:1283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant, die zich ziekmeldde in maart 2020 en een ZW-uitkering ontving, betwistte de beëindiging van deze uitkering door het UWV. De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was uitgevoerd, met name vanwege onvoldoende onderzoek naar beperkingen bij het schrijven en toetsenbordgebruik. Het UWV voerde daarop een aanvullend medisch onderzoek uit, waaruit bleek dat appellant geen beperkingen had bij de pengreep, het toetsenbord en het gebruik van een muis.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens motiveringsgebrek maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak en stelde dat het onderzoek niet zorgvuldig was en dat hij door reumatoïde artritis wel degelijk beperkingen ondervindt. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het aanvullende onderzoek voldoende en zorgvuldig was uitgevoerd en dat appellant onvoldoende medische onderbouwing leverde om dit te betwisten.
De Raad concludeerde dat de geselecteerde functies passend zijn en dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen. Het hoger beroep werd afgewezen, de uitspraak van de rechtbank bevestigd en de beëindiging van de ZW-uitkering gehandhaafd. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: De beëindiging van de ZW-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep van appellant wordt afgewezen.