ECLI:NL:CRVB:2024:1286
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om herziening WIA-uitkeringszaak wegens ontbreken nieuwe feiten
Verzoekster, die sinds 2011 arbeidsongeschikt is, vroeg herziening van een uitspraak van 3 december 2020 waarin haar eerdere beroep tegen de weigering van een WIA-uitkering werd afgewezen. Zij stelde dat zij per 26 oktober 2013 recht had op een WIA-uitkering vanwege reeds aanwezige klachten.
De Raad oordeelde dat het rapport van de verzekeringsarts, waarop verzoekster zich baseerde, reeds bekend was ten tijde van de uitspraak in 2020 en daarom geen nieuw feit of omstandigheid vormt. Het verzoek om herziening voldoet niet aan de strikte voorwaarden van artikel 8:119 Awb Pro, die vereisen dat nieuwe feiten of omstandigheden vóór de uitspraak niet bekend waren en tot een andere uitspraak hadden kunnen leiden.
De Raad benadrukte dat het rechtsmiddel van herziening niet bedoeld is voor een hernieuwde discussie over een onherroepelijke uitspraak. Het verzoek werd daarom afgewezen, waardoor de uitspraak van 3 december 2020 in stand blijft. Verzoekster krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet terugbetaald.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de uitspraak over de WIA-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.