ECLI:NL:CRVB:2024:1352
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering na zorgvuldige beoordeling beperkingen en belastbaarheid
Appellante, werkzaam als medewerker klantenservice, meldde zich op 31 december 2018 ziek met psychische en lichamelijke klachten. Het UWV stelde bij besluit van januari 2020 vast dat zij meer dan 65% van haar loon kon verdienen, waarna de Ziektewet-uitkering werd beëindigd per 16 februari 2020. Na bezwaar werd dit besluit herzien, waarbij de uitkering werd verlengd tot 6 september 2020.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld. Appellante stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar psychische beperkingen en de impact van EMDR-behandelingen onvoldoende waren meegewogen.
De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater die concludeerde dat de beperkingen op de datum in geding juist waren vastgesteld en dat er geen aanvullende beperkingen waren. De Raad volgde deze conclusie, oordeelde dat de geselecteerde functies geschikt waren en bevestigde dat appellante meer dan 65% van haar loon kon verdienen.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 6 september 2020. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding of griffierecht terug. De uitspraak is gebaseerd op een zorgvuldige afweging van medisch en arbeidskundig onderzoek, waarbij de Raad het oordeel van de onafhankelijke deskundige en het UWV volgde.
Uitkomst: De beëindiging van de Ziektewet-uitkering per 6 september 2020 wordt bevestigd.