Uitspraak
OVERWEGINGEN
Het oordeel van de Raad
dagelijksterugkerende levensverrichtingen en geregelde handreikingen door derden.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, die sinds 2017 een WGA-uitkering ontving en vanaf 2019 een IVA-uitkering, verzocht om verhoging van zijn uitkering tot 85% vanwege vermeerde hulpbehoevendheid. Na melding van verslechtering in 2020 en een medische beoordeling door het UWV, werd geconcludeerd dat appellant slechts sporadisch hulp ontvangt en niet voldoet aan de criteria voor geregelde handreikingen en verzorging.
Het UWV wees het verzoek af, wat door appellant werd aangevochten. De rechtbank Gelderland verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellant niet voldoet aan de cumulatieve criteria van de Beleidsregel voor hulpbehoevendheid, waaronder de noodzaak van geregelde oppassing en verzorging bij essentiële levensverrichtingen.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, maar kon hij geen nieuwe feiten of medische onderbouwing aandragen die het eerdere oordeel zou wijzigen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde dat appellant niet voldoet aan de criteria voor verhoging van de uitkering. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de weigering tot verhoging bleef in stand.
Uitkomst: Het verzoek tot verhoging van de IVA-uitkering tot 85% wegens hulpbehoevendheid wordt afgewezen en de eerdere uitspraak wordt bevestigd.