ECLI:NL:CRVB:2024:1382
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en veroordeling in proceskosten
Namens appellant is hoger beroep ingesteld tegen een beslissing van het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV op 22 december 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen die volledig tegemoetkwam aan de bezwaren van appellant. Hierdoor is het hoger beroep op 9 januari 2024 ingetrokken.
De Centrale Raad van Beroep heeft op basis van artikel 8:75a en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) geoordeeld dat het UWV op verzoek van appellant kan worden veroordeeld in de proceskosten die appellant redelijkerwijs heeft moeten maken. De Raad heeft het UWV veroordeeld tot betaling van € 875,- aan proceskosten en het door appellant betaalde griffierecht van € 136,-.
Het onderzoek ter zitting is achterwege gelaten en de uitspraak is gedaan op 10 juli 2024. Hiermee is het geschil in hoger beroep definitief beëindigd met een gunstige kostenveroordeling voor appellant.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming.