Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV dat zijn Wajong-uitkering vanaf 1 januari 2021 herleeft. Eiser stelt dat de uitkering al per 17 juni 2016 of een eerdere datum had moeten herleven, omdat hij niet daadwerkelijk naar het buitenland is vertrokken maar langdurig zonder woon- en verblijfplaats in Nederland verbleef.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Wajong het recht op uitkering eindigt zodra de jonggehandicapte buiten Nederland gaat wonen en herleeft zodra hij weer in Nederland woont. Eiser heeft een verwijsbrief overgelegd als bewijs dat hij al eerder in Nederland verbleef, maar deze is onvoldoende om het standpunt te ondersteunen dat hij vóór 18 december 2020 weer in Nederland woonde.
De rechtbank stelt vast dat eiser in zijn aanvraag van 18 december 2020 zelf heeft aangegeven dat hij vanaf dat moment weer in Nederland verblijft. Het UWV mocht daarom aannemen dat de herleving van de uitkering vanaf 1 januari 2021 terecht is vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.