ECLI:NL:CRVB:2024:1396
Centrale Raad van Beroep
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand Tozo wegens inkomsten uit prepensioen
Deze zaak betreft een hoger beroep tegen de herziening en terugvordering van bijstand verleend op grond van de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) over de periode van 1 maart tot en met 31 mei 2020.
Het college van burgemeester en wethouders van Meppel had vastgesteld dat appellant inkomsten genoot uit een prepensioen, welke als inkomen in aanmerking moesten worden genomen bij de vaststelling van de hoogte van de bijstand. Hierdoor werd een lager bedrag aan bijstand toegekend en teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat zij bij de aanvraag door een medewerker van de gemeente onjuist was geïnformeerd dat het prepensioen niet van invloed was op de bijstand, en dat zij daarom het prepensioen niet had vermeld. Zij kon dit echter niet aantonen omdat de gemeente de relevante e-mailcorrespondentie had vernietigd.
De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat er toezeggingen of uitlatingen waren gedaan waaruit zij gerechtvaardigd de verwachting mocht hebben dat het prepensioen niet zou worden verrekend. Het ontbreken van de e-mails kwam voor haar risico. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde daarom niet, en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens onvoldoende bewijs voor het vertrouwensbeginsel.