ECLI:NL:CRVB:2024:1437
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen voorschotbesluit kinderbijslag na definitief besluit
Appellante ontving kinderbijslag voor haar twee kinderen, die door de Sociale verzekeringsbank (Svb) voor drie kwartalen als voorschot werd uitbetaald vanwege een lopend onderzoek naar mogelijke gezinsbijslagen aan haar partner in het buitenland.
Na ontvangst van informatie uit het buitenland nam de Svb een definitief besluit over de hoogte van de kinderbijslag voor de betreffende kwartalen. Appellante betwistte het voorschotbesluit, maar de rechtbank verklaarde haar beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het voorschot onterecht was, maar de Raad oordeelde dat het voorschot een voorlopig karakter heeft en dat het definitieve besluit het procesbelang van appellante wegneemt. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk.
De Raad bevestigde dat de uitbetaling als voorschot terecht was op grond van artikel 4:95 van Pro de Awb, omdat eerst duidelijkheid moest komen over het recht op gezinsbijslagen van de partner in het buitenland. Appellante kreeg geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang na het definitieve besluit over kinderbijslag.