ECLI:NL:RBZWB:2022:7218
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen voorschot kinderbijslag over 2020-2021
Eiseres maakte bezwaar tegen het verstrekken van kinderbijslag in de vorm van een voorschot over het derde en vierde kwartaal van 2020 en het eerste kwartaal van 2021 door de Sociale Verzekeringsbank (Svb). De Svb had de betaling van kinderbijslag opgeschort vanwege het ontbreken van informatie over de werkzaamheden en woonplaats van de partner van eiseres, die in Luxemburg woont en werkt.
De rechtbank stelde vast dat de Svb op grond van Europese regelgeving verplicht was te onderzoeken of er recht op kinderbijslag bestond in Luxemburg, omdat dit voorrang kan hebben. In afwachting van de uitkomst van dit onderzoek mocht de Svb de kinderbijslag als voorschot verstrekken. Eiseres betoogde dat Nederland de betaling niet mocht opschorten en dat het recht direct definitief vastgesteld had moeten worden, maar de rechtbank volgde dit niet.
De rechtbank concludeerde dat het procesbelang van eiseres aanwezig was en dat de Svb terecht handelde conform de Algemene wet bestuursrecht en Europese verordeningen. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het voorschot op kinderbijslag is ongegrond verklaard.