ECLI:NL:CRVB:2024:1443
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 41,92% door UWV
Appellant betwistte de vaststelling van zijn arbeidsongeschiktheid door het UWV per 29 november 2019 op 41,92%, stellende dat hij meer medische beperkingen heeft en de geselecteerde functies niet passend zijn. Na een eerdere uitspraak van de rechtbank Amsterdam, waarin een onafhankelijk deskundige werd benoemd die de medische beperkingen en diagnoses onderzocht, werd het beroep ongegrond verklaard.
In hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep het medisch onderzoek van het UWV als zorgvuldig beoordeeld, waarbij zowel dossieronderzoek als lichamelijk en psychisch onderzoek door verzekeringsartsen is betrokken. De Raad volgde de rechtbank in het oordeel dat de door de deskundige vastgestelde beperkingen adequaat in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) zijn verwerkt en dat de geselecteerde functies passend zijn.
Appellant bracht aanvullende medische stukken in, waaronder een huisartsenjournaal en nieuwe diagnoses, maar deze boden geen aanleiding tot een andere beoordeling. Ook de door appellant aangevoerde astmatische bronchitis en hoge bloeddruk werden niet als aanleiding gezien om de mate van arbeidsongeschiktheid te wijzigen. De Raad bevestigde het bestreden besluit en oordeelde dat appellant geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de mate van arbeidsongeschiktheid op 41,92% juist is vastgesteld en wijzigt het besluit niet.