Uitspraak
22 december 2021, 20/8035 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellant stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV omtrent een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong). Tijdens de procedure heeft de Centrale Raad van Beroep het UWV opgedragen een vastgesteld gebrek in het bestreden besluit te herstellen.
Het UWV nam vervolgens op 27 december 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar, waarbij appellant een Wajong-uitkering werd toegekend met terugwerkende kracht tot 6 mei 2020. Naar aanleiding hiervan trok appellant op 5 februari 2024 het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten.
De Raad oordeelde dat het UWV, dat met de gewijzigde beslissing geheel aan de bezwaren tegemoet was gekomen, veroordeeld moest worden in de proceskosten die appellant redelijkerwijs had moeten maken in beroep en hoger beroep. Het ging om een bedrag van € 2.625,- aan kosten en € 184,- aan griffierecht. Het onderzoek ter zitting werd achterwege gelaten en de uitspraak werd op 18 juli 2024 gedaan.
Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant en moet het betaalde griffierecht vergoeden.