ECLI:NL:CRVB:2024:1483
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor passende functies
Appellant was sinds mei 2020 ziekgemeld en ontving een Ziektewetuitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering per 14 juni 2021 op grond van een beoordeling dat appellant meer dan 65% van zijn laatstverdiende loon kan verdienen in passende functies.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze beëindiging ongegrond. De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de vastgestelde beperkingen en belastbaarheid juist waren vastgesteld. De geselecteerde functies waren passend, ook gezien de psychische klachten van appellant.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn psychische klachten en dat de functies ongeschikt waren vanwege deadlines en productiepieken. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant onvoldoende medische informatie had ingebracht die aanleiding gaf tot twijfel aan de vastgestelde belastbaarheid. Ook was er geen sprake van kenmerkende deadlines of productiepieken in de geselecteerde functies.
De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en het UWV en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De beëindiging van de ZW-uitkering blijft daarmee in stand. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten.
De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 juli 2024.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de ZW-uitkering per 14 juni 2021 terecht is beëindigd.