Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) nam op 21 april 2023 een gewijzigde beslissing op bezwaar in een WIA-zaak. Appellant trok daarop het hoger beroep in en verzocht de Raad om het Uwv te veroordelen in de proceskosten en de Staat tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad benoemde een onafhankelijke deskundige die rapporteerde over de medische aspecten. De Raad stelde vast dat de procedure vanaf het bezwaarschrift op 27 juli 2017 tot het tegemoetkomend besluit op 21 april 2023 vijf jaar en negen maanden duurde, wat de redelijke termijn met één jaar en negen maanden overschrijdt.
De Raad veroordeelde het Uwv tot vergoeding van proceskosten van €1.672,78 en het griffierecht van €172,-. Tevens werd de Staat veroordeeld tot een schadevergoeding van €2.000,- en proceskosten van €437,50 wegens de overschrijding van de redelijke termijn. Vergoeding van eigen bijdrage voor rechtsbijstand werd afgewezen.
De uitspraak werd gedaan door C. Karman op 17 juli 2024.