ECLI:NL:CRVB:2024:1494
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing maatwerkvoorzieningen ambulante ondersteuning en huishoudelijke hulp Wmo 2015 bevestigd
Appellant heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aanvragen ingediend voor maatwerkvoorzieningen bestaande uit ambulante ondersteuning en huishoudelijke hulp op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015). Het college heeft deze aanvragen afgewezen op basis van adviezen van het Indicatieadviesbureau Amsterdam (IAB), die stelden dat er geen noodzaak bestond voor de gevraagde voorzieningen omdat appellant gebruik kon maken van eigen kracht, gebruikelijke hulp van zijn partner en inwonende dochter, en andere voorzieningen.
De rechtbank Amsterdam heeft de beroepen tegen deze besluiten ongegrond verklaard en de afwijzingen in stand gelaten. De rechtbank oordeelde dat het college de advisering van het IAB terecht als grondslag heeft genomen en dat het feit dat appellant later de diagnose Alzheimer kreeg, niet betekent dat de adviezen onzorgvuldig waren. De rechtbank vond dat appellant niet aantoonde dat hij niet kon worden geholpen door de gebruikelijke hulp, ondanks de bezwaren over taalbarrière en fysieke beperkingen van zijn partner en de studieverplichtingen van zijn dochter.
In hoger beroep heeft appellant aangevoerd dat de adviezen onzorgvuldig waren en dat er wel degelijk beperkingen waren die maatwerkvoorzieningen rechtvaardigden. De Centrale Raad van Beroep heeft deze argumenten niet gevolgd. De Raad stelde vast dat de diagnose Alzheimer pas na de bestreden besluiten was gesteld en dat er ten tijde van de besluiten geen bewijs was van zwaardere beperkingen. De Raad vond de motivering van het college en de adviezen van het IAB voldoende en concludeerde dat appellant gebruik kon maken van de gebruikelijke hulp en andere voorzieningen.
De Raad bevestigt daarmee de uitspraak van de rechtbank en laat de bestreden besluiten in stand. Appellant krijgt geen vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak is gedaan door J.J. Janssen op 18 juli 2024.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvragen voor maatwerkvoorzieningen ambulante ondersteuning en huishoudelijke hulp.