ECLI:NL:CRVB:2024:1496
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Appellant heeft in 2014 een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het Uwv is afgewezen omdat hij na zijn achttiende verjaardag langer dan een jaar heeft gewerkt en ten minste het minimumloon heeft verdiend. Appellant stelde dat hij alleen kon functioneren door dagelijks drugs te gebruiken en dat het Uwv onvoldoende maatwerk heeft geleverd door zijn medische toestand, waaronder een autismespectrumstoornis (ASS), niet mee te wegen.
In 2022 diende appellant een nieuwe aanvraag in, waarbij hij stelde dat hij geen werkmogelijkheden heeft vanwege ASS, ADHD en een jarenlange verslaving. Het Uwv wees deze aanvraag af omdat er geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren die het eerdere besluit onjuist maakten. De rechtbank bevestigde dit oordeel en stelde dat de diagnose ASS geen terugwerkende kracht heeft op het besluit uit 2014.
Appellant ging in hoger beroep tegen deze uitspraak, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het Uwv terecht heeft vastgesteld dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden zijn die aanleiding geven om het eerdere besluit te herzien. De Raad benadrukte dat het drugsgebruik van appellant in 2014 al bekend was en dat het juridisch kader geen ruimte biedt voor het door appellant gewenste maatwerk. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering blijft in stand.