ECLI:NL:CRVB:2024:1507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 67,56% in WIA-uitkeringszaak
Werknemer, laatst werkzaam als behandelfunctionaris bij de Belastingdienst, meldde zich op 11 maart 2019 ziek met psychische klachten. Na een WIA-aanvraag stelde het UWV de arbeidsongeschiktheid vast op 67,56%, gebaseerd op medisch onderzoek en een functionele mogelijkhedenlijst. Appellant betwistte dit en stelde dat werknemer vanaf ziekmelding geen benutbare mogelijkheden had.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep de medische belastbaarheid overtuigend had gemotiveerd en geen nieuwe medische informatie was ingebracht die tot een ander oordeel leidde. De Raad onderschreef dit oordeel en wees het verzoek tot benoeming van een onafhankelijke deskundige af.
De Raad concludeert dat het UWV terecht de WIA-uitkering toekende op basis van 67,56% arbeidsongeschiktheid. Het hoger beroep slaagt niet, waardoor de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd en appellant geen proceskostenvergoeding ontvangt.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid van werknemer terecht heeft vastgesteld op 67,56%.