ECLI:NL:CRVB:2024:1535
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E. Dijt
- D.S. de Vries
- B. Serno
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid op 51,12% in WIA-procedure
Appellante was sinds 1998 ziekgemeld en werkte aanvankelijk als groepsleidster 30 uur per week, later 18 uur per week. Na ziekte in 2019 werkte zij als thuisbegeleider en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde de arbeidsongeschiktheid vast op 51,12% per 3 januari 2022.
Appellante stelde dat zij als medische afzakker moest worden aangemerkt en dat zij meer beperkingen had dan vastgesteld. De rechtbank verwierp deze standpunten en verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Raad dit oordeel, stellende dat appellante niet voldeed aan de criteria voor een medische afzakker en dat de beperkingen juist waren vastgesteld.
De Raad vond dat appellante voldoende gelegenheid had gehad haar standpunten te presenteren en dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep geen relevante informatie had gemist. De geselecteerde functies overschreden niet haar mogelijkheden. Het hoger beroep werd afgewezen en de vaststelling van de arbeidsongeschiktheid bleef gehandhaafd.
Uitkomst: De vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid op 51,12% per 3 januari 2022 wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt afgewezen.