Uitspraak
SAMENVATTING
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam sinds november 2019, viel op 7 januari 2020 uit wegens herniaklachten en kreeg op 6 januari 2022 een WIA-uitkering toegekend met ingang van 4 januari 2022. Het UWV gebruikte als referteperiode het kalenderjaar 2019 voor de loonberekening. Appellant betwistte dit en stelde dat de arbeidsongeschiktheid al sinds 6 juli 2010 doorliep, onderbouwd met medische informatie over PTSS.
Het bezwaar van appellant werd door het UWV ongegrond verklaard en ook de rechtbank handhaafde dit besluit. De Raad oordeelt dat de eerdere arbeidsongeschiktheid vanaf 2010 onvoldoende is onderbouwd en dat de aanvraag met 7 januari 2020 als eerste arbeidsongeschiktheidsdag centraal staat. De referteperiode mag niet worden losgekoppeld van deze datum.
De Raad wijst erop dat een aparte procedure loopt over de aanvraag met een eerdere datum, maar in deze zaak is het beroep ongegrond. Het UWV heeft terecht geweigerd de uitkering met ingang van 2013 toe te kennen vanwege gebrek aan objectieve medische gegevens over die periode.
De uitspraak bevestigt dat de WIA-uitkering correct is toegekend met de juiste datum en referteperiode, en appellant krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het UWV-besluit tot toekenning van de WIA-uitkering per 4 januari 2022 wordt bevestigd.