ECLI:NL:CRVB:2024:1573
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor alternatieve functies
Appellante ontving vanaf juni 2019 een Ziektewet-uitkering vanwege medische beperkingen. Het UWV beëindigde deze uitkering per 9 juli 2021 na een toetsing waarbij werd vastgesteld dat zij geschikt was voor andere functies, ondanks beperkingen op zitten, staan en lopen.
Appellante voerde aan dat zij door haar medische toestand niet in staat was de geselecteerde functies te verrichten en dat haar beperkingen groter waren dan aangenomen. De Raad beoordeelde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de beperkingen niet verder reikten dan vastgesteld en dat de functies passend waren, mede omdat de overschrijdingen van belastbaarheid marginaal waren.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht de ZW-uitkering had beëindigd en dat het hoger beroep van appellante niet slaagde. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd en appellante kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellante is terecht per 9 juli 2021 beëindigd omdat zij geschikt is voor andere functies.