ECLI:NL:CRVB:2024:1606
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing AOW-aanvraag wegens ontbreken bewijs van verblijf of werk in Nederland
Appellant heeft op 10 juni 2021 een aanvraag voor AOW-pensioen ingediend waarbij hij verklaarde van 1971 tot 1976 in Amsterdam te hebben gewoond en gewerkt. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) heeft onderzoek gedaan en vastgesteld dat appellant niet voorkomt in het bevolkings- of schakelregister en niet bekend is bij relevante pensioenfondsen.
De aanvraag is op 21 april 2022 afgewezen wegens het ontbreken van bewijs van verzekering voor de AOW. De rechtbank Amsterdam heeft dit besluit op 15 september 2023 bevestigd omdat appellant onvoldoende aannemelijk maakte dat hij in Nederland woonde of werkte in de betreffende periode.
In hoger beroep heeft appellant aanvullende stukken overgelegd die betrekking hebben op een andere persoon, waarvan hij stelt dat deze dezelfde is als hijzelf. De Raad acht deze stukken niet overtuigend omdat er geen objectief verifieerbare gegevens zijn die het verband aantonen.
Daarom wordt het hoger beroep verworpen en blijft de afwijzing van de AOW-aanvraag in stand. Appellant krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 8 augustus 2024.
Uitkomst: De afwijzing van de AOW-aanvraag wordt bevestigd omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in Nederland heeft gewoond of gewerkt.