ECLI:NL:CRVB:2024:1612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens niet-ingezetenschap op achttiende verjaardag
Appellant vroeg een Wajong-uitkering aan, maar het UWV wees deze af omdat hij op zijn achttiende verjaardag niet in Nederland woonde en dus geen ingezetene was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en stelde dat ingezetenschap op de achttiende verjaardag een wettelijke voorwaarde is voor het recht op Wajong.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het UWV ten onrechte een uitsluitingsgrond toepaste en dat bij vestiging in Nederland later alsnog recht op Wajong zou moeten ontstaan. De Raad oordeelde dat deze stelling geen nieuwe gronden bevatte en bevestigde het oordeel van de rechtbank dat appellant niet als jonggehandicapte kan worden aangemerkt.
De Raad concludeerde dat het bestreden besluit terecht is gehandhaafd en dat appellant geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Ook krijgt appellant geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 15 augustus 2024.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de Wajong-uitkering bevestigd.