De zaak betreft hoger beroep tegen een besluit van het UWV over de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per 12 juli 2015. Na eerdere tussenuitspraken waarin gebreken in het medisch onderbouwde besluit werden vastgesteld, heeft het UWV een gewijzigd besluit genomen dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) aanpaste en de arbeidsongeschiktheid verhoogde naar 55-65%.
De Raad oordeelt dat het gewijzigde besluit uitvoering geeft aan de eerdere opdrachten en de gebreken herstelt. Het eerdere besluit van 19 juli 2018 wordt vernietigd en het beroep tegen dat besluit wordt gegrond verklaard. Het beroep tegen het gewijzigde besluit wordt echter ongegrond verklaard omdat appellant geen zienswijze heeft ingediend.
Daarnaast veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van de proceskosten van appellant, begroot op €3.937,50, en tot vergoeding van het betaalde griffierecht van €177. De uitspraak is gedaan door M.E. Fortuin op 14 augustus 2024.