ECLI:NL:CRVB:2024:1619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering ondanks toegenomen beperkingen wegens geschiktheid voor eerdere functies
Appellant was werkzaam als orderpicker en meldde zich ziek vanaf april 2019, waarna hij een Ziektewetuitkering ontving. Na een eerste beoordeling stelde het UWV vast dat appellant geschikt was voor meerdere functies, waardoor de uitkering werd beëindigd. Na een nieuwe ziekmelding in juli 2021 werd vastgesteld dat de beperkingen waren toegenomen, maar de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat appellant nog steeds geschikt was voor ten minste één van de eerder geduide functies.
Het UWV beëindigde de uitkering per 11 juli 2022, wat appellant aanvocht. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek en de motivering van de verzekeringsarts bezwaar en beroep als zorgvuldig en inzichtelijk beoordeelde. Appellant stelde dat hij niet geschikt was voor ten minste drie functies, zoals vereist volgens het gewijzigde toetsingskader van december 2022, en dat de arbeidsdeskundige zwaarder moest wegen dan de verzekeringsarts.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het toetsingskader vereist dat appellant geschikt moet zijn voor ten minste drie functies met elk ten minste drie arbeidsplaatsen en een arbeidsgeschiktheid van ten minste 65%. De Raad stelde dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende heeft gemotiveerd dat appellant medisch gezien geschikt is voor de eerder geduide functies. Nieuwe beroepsgronden die laat werden aangevoerd, werden buiten beschouwing gelaten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant is terecht per 11 juli 2022 beëindigd omdat hij geschikt is voor ten minste drie eerder geduide functies.