ECLI:NL:CRVB:2024:1632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.T.H. Zimmerman
- W.F. Claessens
- J.E. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding substantiële stortingen
Appellant ontving bijstand van januari 2018 tot februari 2020. Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer ontdekte substantiële contante stortingen en bijschrijvingen van derden op de bankrekeningen van appellant, die niet waren gemeld. Dit leidde tot een onderzoek en uiteindelijk tot een besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. Appellant stelde dat het geld niet van hem was, maar voor de aankoop van auto's voor een derde, X. De Raad oordeelde dat appellant feitelijk beschikte over de tegoeden en dat de verklaring van X niet relevant was.
De Raad verwierp ook het verzoek om X als getuige te horen en oordeelde dat de contante stortingen en bijschrijvingen de intrekking kunnen dragen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard, waarmee de intrekking en terugvordering in stand bleven. Appellant kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd vanwege niet-melding van substantiële stortingen en bijschrijvingen.