ECLI:NL:CRVB:2024:1642
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Appellant ontving sinds 2017 een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling door het UWV in 2021 werd de uitkering beëindigd omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen werden onderschat en dat de geselecteerde functies niet passend waren.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen de beëindiging ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij ook beperkingen zoals tinnitus en knieproblemen adequaat waren meegenomen. De Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep terecht geen urenbeperking aannam, mede omdat er geen ernstige psychiatrische problematiek was op de datum in geding.
De arbeidsdeskundige heeft de functies passend gemotiveerd, rekening houdend met de beperkingen van appellant. Het hoger beroep slaagt niet, waardoor de beëindiging van de WIA-uitkering in stand blijft en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.
Uitkomst: De beëindiging van de WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid wordt bevestigd.