Uitspraak
SAMENVATTING
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
.Zij verzoekt de Raad om een deskundige te benoemen die haar belastbaarheid op correcte wijze kan vaststellen en heeft daarbij gewezen op een uitspraak van de Raad van 30 juni 2017. [1]
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als verkoopster, diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering die door het UWV op 28 augustus 2019 werd afgewezen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar en beroep werd dit besluit in rechte onherroepelijk.
In 2022 verzocht appellante het UWV om terug te komen op het besluit, onder verwijzing naar haar chronische rugklachten. Het UWV liet een nieuw medisch onderzoek uitvoeren, dat geen nieuwe feiten of omstandigheden vond die aanleiding gaven het eerdere oordeel te herzien. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en de rechtbank bevestigde dit in december 2023.
Appellante stelde in hoger beroep dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat haar beperkingen niet juist waren vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld, dat alle medische informatie al bekend was bij het eerdere onderzoek en dat geen nieuwe feiten waren aangevoerd. Het verzoek om een deskundige te benoemen werd afgewezen.
Het hoger beroep werd verworpen en de weigering om terug te komen op het besluit uit 2019 blijft gehandhaafd. Appellante krijgt geen proceskostenvergoeding, mede vanwege haar vrijstelling van griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van het UWV om terug te komen op het besluit van 28 augustus 2019 blijft in stand.