ECLI:NL:CRVB:2024:1691
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding en proceskostenveroordeling in WIA-hoger beroep
Appellante stelde hoger beroep in tegen besluiten van het UWV inzake WIA-uitkeringen. Tijdens de procedure heeft het UWV een gewijzigde beslissing op bezwaar genomen, waarna appellante het hoger beroep introk en verzocht om proceskostenvergoeding en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad beoordeelde de redelijke termijn conform artikel 6 EVRM Pro en concludeerde dat de totale duur van de procedure, mede door verzoeken tot aanhouding, niet als overschrijding van de redelijke termijn kan worden aangemerkt. Daarom werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Wel werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die appellante in verband met bezwaar, beroep en hoger beroep heeft gemaakt, inclusief het betaalde griffierecht. In de tweede zaak werd geen proceskostenveroordeling opgelegd omdat de gewijzigde beslissing op bezwaar niet op die procedure zag.
De uitspraak werd gedaan door S. Wijna namens de Centrale Raad van Beroep op 28 augustus 2024.
Uitkomst: Verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn afgewezen; UWV veroordeeld tot proceskostenvergoeding en griffierechtvergoeding.