ECLI:NL:CRVB:2024:171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken beperkingen op achttiende jaar
Appellante heeft een aanvraag ingediend voor een Wajong-uitkering, die door het Uwv is geweigerd omdat niet is aangetoond dat zij op haar achttiende jaar beperkingen ondervond als gevolg van ziekte of gebrek. De rechtbank Amsterdam heeft deze weigering bevestigd, stellende dat appellante onvoldoende bewijs heeft geleverd dat zij op haar achttiende verjaardag beperkt was in het verrichten van arbeid vanwege haar psychische aandoeningen.
In hoger beroep heeft appellante aangevoerd dat zij wel degelijk beperkingen had, maar de Centrale Raad van Beroep volgt dit niet. De Raad stelt vast dat uit de medische stukken blijkt dat de psychische klachten pas na het achttiende jaar zijn vastgesteld, met een eerste opname in 2005 en dat op het achttiende jaar geen medische gegevens zijn die beperkingen aantonen.
De Raad concludeert dat appellante niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 1a:1 van de Wajong en dat het Uwv terecht heeft geweigerd de uitkering toe te kennen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de eerdere uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van beperkingen op het achttiende jaar.