ECLI:NL:CRVB:2024:1763
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E. Dijt
- D.S. de Vries
- B. Serno
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schadevergoeding wegens te late WIA-beslissing en geen loonsanctie
Appellant diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering bij het UWV, die op 1 december 2020 werd afgewezen wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde dat de werkgever een loonsanctie had moeten krijgen wegens onvoldoende re-integratie, maar kon deze niet opleggen vanwege het niet tijdig informeren van de werkgever. Appellant vorderde vervolgens schadevergoeding wegens de vertraagde beslissing en het uitblijven van een loonsanctie.
De rechtbank wees het verzoek af, stellende dat de schade over de periode tot 18 oktober 2020 binnen de wachttijd viel en dat er geen causaal verband was tussen het niet opleggen van de loonsanctie en de schade. Ook over de periode daarna ontbrak een concrete aanspraak op meer dan 70% loon, terwijl appellant uitkeringen ontving ter hoogte van 70% van het dagloon.
In hoger beroep handhaafde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad benadrukte dat het UWV niet verplicht is schade te vergoeden zonder causaal verband en dat de cao geen afdwingbare aanspraak op volledige loondoorbetaling in het derde ziektejaar bevatte. Het hoger beroep werd verworpen en het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om schadevergoeding wegens te late WIA-beslissing en het niet opleggen van een loonsanctie wordt afgewezen.